Categorie: Geen categorie

clownshelden deel 7 – Mr. Bean / Rowan Atkinson

In 1989,  het tweede jaar van mijn studie Bouwkunde aan de TU Delft, wilde ik samen met mijn goeie vriend Henri iets met toneel gaan doen. Omdat de musical ‘fiddler on the roof’ al vol zat, belanden wij bij de cursus clownerie, jongleren & acrobatiek van JanPier Knaapen.  Het was het begin van vijf jaren training in de kunsten van de clownerie met de titel ‘Het Nootdorps Staatscircus’. Een wisselende groep ‘vrienden’ met een harde kern die wekelijks trainden en in de zomers optraden (tegen vergoeding van onkosten).

Het begin van de jaren 90 van de vorige eeuw zijn ook de hoogtijdagen van een wereldvreemde snuiter op de televisie. Een tekstloze figuur in een te krap pak, wiens eigen realiteit vaak botst met de wereld van alledag. Mister Bean. Het intro van de tv-serie gebruik ik vaak om uit te leggen wat een clown is.

In de intro valt mr. Bean in een lichtstraal vanuit de hemel op een Engelse straat om vervolgens nieuwsgierig op pad te gaan. Hier zien we de clown, die zonder verleden of toekomst in het leven van alledag wordt gegooid (of verraadt de spotlight dat het allemaal maar theater is).

Dit verklaart ook dat mr. Bean worstelt met alledaagse gebruiken en routines. Of beter gezegd hij geeft er zijn eigen draai aan.

Opstaan in de ochtend, een boterham eten in het park, een bezoekje aan de bioscoop,.. Gewone handelingen worden bijzonder (en grappig) door de frisse en eigen kijk van mr. Bean. Eén van de beste scènes is het bezoek van mr. Bean aan een heilige mis.

Rowan Atkinson speelt vaak met een zwijgende hoge status en hier zien we één van de beste voorbeelden.  Het willen eten van een zuurtje met een krakend papiertje wordt met één blik van de autoritaire buurman geblokkeerd. Dit leidt tot een opeenstapeling van problemen terwijl er ondertussen een kerkelijk lied wordt gezongen. En dat vind ik dan weer zo herkenbaar grappig….Hoe vaak heb ik vroeger niet in de kerkbanken gezeten half mee murmelend,  totdat er ineens een Kyrie, Hallelujah of Amen klonk dat ik herkende en opgelucht uit volle borst meezong.

De clown leeft in een eigen wereld die raakt aan de echte wereld.  De clown laat met zijn eigen logica de mensen met een frisse blik kijken en nadenken over hun eigen gebruiken en patronen. Door middel van vergroting, verkleining, herhaling, een afwijkende context laat de clown zijn publiek in een lachspiegel kijken.

En zo voelde het voor mij ook daar in Delft. Vijf jaar lang keek ik met mijn vrienden van het Nootdorps Staatscircus in de lachspiegel van het leven. Een schitterende tijd, waarin ik veel geleerd heb over mezelf, vriendschap en de clown.

P.s. nog een kleine toegift van Rowan Atkinson zelf….de documentaire Laughing Matters waarin hij op geheel eigen wijze de principes van de fysieke comedy uit de doeken doet…kijken!

 

clownshelden deel 6 – Herman van Veen

 

De Brabanthallen in ‘s-Hertogenbosch is deze dagen verbouwd tot Mainstage.  Daar kun je met zijn allen op gepaste afstand en binnen de geldende coronaregels nog genieten van het theater. Van intimiteit is geen sprake. Er staat een knettergroot podium in een loeigrote hal. Hier zit ik met mijn lief op rij 1 in afwachting van een clownsheld…Herman van Veen.

Als kind kon ik verdwijnen in de magisch realistische wereld van ‘de wonderlijke avonturen van Herman van Veen’.  Het cassette-bandje hebben we in de auto grijsgedraaid.

 

Herman en zijn vrienden woonden in een huis dat kon zweven. In een huis met vriendelijke spoken. In een huis met Erik in de kast. Hans en Hans de kok en kok! Een wereld die lijkt op de onze maar die niet de onze is….en daar is de eerste link met de clown.  De wereld van de clown lijkt op de onze, maar is het niet. De clown leeft in een parallel universum dat lijkt op het onze maar dat zijn eigen regels kent….het publiek kijkt in een vervormde spiegel…naar een wondere wereld (opdat ze met frisse ogen naar hun eigen wereld kunnen kijken).

Op de oneindige vlaktes van Youtube vond ik nog een filmpje waarin Herman zijn fysieke zeggingskracht koppelt aan zijn muzikaliteit…

Een clownsact van formaat… In 2020 doet hij deze act nog eens dunnetjes over. In die enorme hal zie ik dat er enige sleet zit op de fysieke mogelijkheden (Herman is inmiddels 76), maar nog steeds veegt hij de noten van de piano om ze tenslotte in het publiek te gooien.

De derde les die ik heb geleerd van het kijken naar Herman van Veen gaat over zijn relatie met het publiek.  Als toeschouwer kun je in de pluche stoel van het theater twee kanten op bewegen. Of je wordt achterover in je stoel geblazen of je word naar het podium toegezogen…Herman van Veen maakt van Mainstage zijn huiskamer. Hij nodigt je uit…je gaat voorover hangen. Nieuwsgierig. Het is iets ongrijpbaars maar het gaat over zenden en ontvangen…over de dialoog met het publiek, die ook voor elke clown noodzakelijk is en waarbij zenden alleen niet genoeg is.

Herman van Veen is geen clown…het is een kleinkunstenaar van de bovenste plank die houdt van de clown. Hij verstaat de clown. En de clown verstaat hem!

Clownshelden deel 5 – Jango Edwards

Jango Edwards kwam ik tegen in Assen. Ja, je leest het goed. DE hippie clown van de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw, de fool der fools, die de grote podia van de Parijs, New York en Barcelona bespeelde. Die Jango Edwards speelde op een mooie zomeravond in het kleine theater van provinciehoofdstad Assen. Voor de pauze speelde hij met een jong ensemble een aantal klasieke clownsacts. Na de pauze volgde zijn hedendaagse interpretatie van de clown/fool.

Zijn stijl laat zich zien in de act die hem groot maakte….the death defying dive headfirst in a glass of water.

the dive is een goed voorbeeld van een straatact die naar het theater is gebracht. De voorbereiding op de duik is eigenlijk de show waarmee het publiek wordt vermaakt en de duik zelf de kers op de taart van de act. Wat mooi is, is de durf om groots te zijn…zo groots en meeslepend dat het grappig wordt. En hij zegt nog iets moois in zijn intro… being funny isn’t easy…it’s not about learning something new…it’s about remembering all the things that you have forgotten. Vrij vertaald om grappig te zijn moet je je al de dingen die je ooit hebt afgeleerd  weer aanleren.

Nog een ander filmpje.

Naast een piano-virtuoos toont het filmpje ook wat voor virtuoze mime-speler Jango is. Met een enorme beheersing van zijn fysieke gestel. Ook hier gaat het niet om het concert maar om de aanloop naar het concert. Met veel herhaling van zetten, variaties op het thema hand door de haren, wandelen naar de piano, raakt de trein steeds verder van het spoor.

Wat mij opvalt is de enorme vrijheid in het spelen. Binnen het stramien van herhaling van vaste patronen gebeuren ook een aantal dingen die op het eerste oog weinig met de act te maken hebben. Het schreeuwen van BONJOUR. Het als een hondje rijden tegen de stoel zorgt, het kwijlend over de stoelen lopen…het laat het publiek wakker schrikken en zorgt daarna voor een bevrijdende lach.

Jango is voor mij de clown die laat zien dat de vrijheid van spelen oneindig is. Dat de clown de grens van het betamelijke mag opzoeken als het publiek dat toelaat en wil. Dat de clown met alles wat hij heeft durft te spelen.

 

Clownshelden deel 4 – Toon Hermans

Als kind wilde ik graag Toon Hermans worden. Mijn moeder had een aantal langspeelplaten op zolder liggen met one man shows uit de jaren 60 en in de oranje Simca draaiden we cassettebandjes met zijn beroemdste conferences. Het hele gezin de Wit was fan van Toon. Ik kende de conference van Snieklaas  uit mijn hoofd (..hij had een mijter op en een stuk of acht neuten).  Als we iets niet konden vinden riep mijn vader steevast ‘Kijk eens in het naaimandje’, een gevleugelde uitspraak uit de high society conference.

En al ben ik dan geen Toon Hermans geworden, clown komt wel in de buurt. Want een aantal aspecten van de clown is duidelijk terug te herkennen in zijn oeuvre. Kijk maar eens naar het volgende fragment.

Het eten van een overrijpe perzik wordt  uitgebeeld met gevoel voor detail en met een precieze fysiek. Met het eten van de perzik ondermijnt Toon de autoriteit die hij tegelijkertijd speelt (een maarschalk) en dat werkt op de lachspieren. Het poetsen van de mond met het kwastje van zijn kostuum is de punt die bevestigt dat de maarschalk ook maar een gewone jongen is.

Nog een fragment

Niks doen op een podium en toch blijven boeien… Johny pak eens even mijn tennisracket…spelen met rust, met de tijd …dat vraagt om lef en vertrouwen. En hij laat zien welke gevoelens het wachten oproept. Ongeduld. Irritatie! En dat leidt tot het schamperen van ‘hij komt zo!’. Daar kun je als clown veel van leren…over wat  ‘de tijd nemen’ en ‘je gevoel delen’ kan doen bij het publiek.

en nog eentje dan….een fragment dat gaat over onzin, ritme, taalgebruik…alles wat je nodig hebt om het publiek te boeien.

Wat opvalt is dat er in dit fragment geen lineair verhaal wordt verteld. Het lijkt een loze aaneenschakeling van kolderieke anekdotes. Voorbijtrekkende instrumenten, hoedjes en lukraak slaan op een trommel. Wie beter kijkt ziet een zorgvuldig gecreëerd raamwerk dat drijft op het ritme…op de beat en de afterbeat… op het spelen met de verwachting van het publiek. Na drie min of meer serieuze imitaties van muzikanten met hun instrument, is de vierde opkomst met een naaimachine. Daarna volgt de opkomst met de trom en zoon Maurice. Een nieuw hoofdstuk. De trom in het militairendom  dom dom dom (herhaling en ritme). Wat volgt is een reeks absurde stukjes,  waarbij patronen worden neergelegd die steevast na 2 keer worden doorbroken. Hierdoor blijft het publiek verrast en blijft de lach rollen. De hoedjes en de trom vormen de rode draad van het avontuur… de kern van het verhaal van de clown Toon Hermans!

 

 

Clownshelden deel 3 – I Colombaioni

Samen met mijn clownsmaatjes van het eerste uur zit ik in de Haagse Schouwburg. We zijn in afwachting van een ‘modern’ clownsduo uit Italië. Carlo Colombaioni en Alberto Vitali zijn neven en wereldberoemd in hun thuisland.  Het is ergens in de begin jaren 90 van de vorige eeuw.

Bouwend op de traditie van de Commedia d’ell Arte en de Italiaanse circusclown rijgen zij een groot aantal wervelende acts aan elkaar. Na een eerste goochelact liggen we al naast onze stoelen van het lachen.  Het terugkerende ‘Mystere!’ in combinatie met de twinkelende ondeugd van Carlo laat de zaal ontploffen.  Het zijn klasieke clownsroutines door twee heren in een net pak en met een verkleeddoos….

Er is weinig beeld bewaard gebleven. Ik vond een paar opnames uit (Franse) televisieshows die de moeite waard zijn. De eerste met de genoemde goocheltruc.

Je ziet de natuurlijke rolverdeling. Een hoge status die een serieuze truc wil uitvoeren en de lage status die dat ook wel wil en die zijn eigen onbenullige trucje heeft meegenomen. Het terugkerende ‘mystere!’ is een mooi voorbeeld van hoe herhaling van taal kan werken voor het publiek. Het is een ankerpunt voor de lach…we herkennen het moment en gaan er zelfs op anticiperen als publiek. En als er in een volgende act weer wordt gegoocheld dan is het ‘mystere’ niet ver weg!

De persiflage op Hamlet eindigt in een klasiek clownsgevecht… met water

En ondanks de slechte opname zie je de kwaliteit van het spel. De variatie van de mislukking… Na drie mislukte aanvallen, de verrassende tegenaanval…het incasseren van Carlo als hij ontdekt dat Alberto ook dikke wangen heeft… het vervolgens delen met het publiek… het gevecht dat ‘per ongeluk’ ontstaat.

Ik vond ook nog een fascinerend filmpje waarbij Carlo en Alberto een aantal studenten de fijne kneepjes van de fysieke komedie bijbrengen. Vallen, struikelen, met je hoofd op een tafel vallen, tegen een deur aanlopen… zo op het oog makkelijke handelingen, totdat je ze op commando moet doen. Probeer het gerust thuis eens uit.

In de Haagse Schouwburg heb ik na anderhalf uur lachen pijn in mijn buik. Ik probeer op adem te komen. De voorstelling is bijna afgelopen.  Het toneel is omgetoverd tot kleedkamer en Carlo en Alberto gaan zitten achter een eigen  spiegel.  Uit hun koffer halen zij potjes en kwasten.  Zij pakken een sponsje en beginnen hun gezicht te schminken. Een witte veeg en dan nog 1.  Een rode neus en een getekende wenkbrouw.  Carlo pakt een te grote broek van het haakje en trekt hem aan. Alberto zet een te grote hoed op zijn kop. Dan nemen ze afscheid van elkaar en lopen de wijde wereld in…

 

clownshelden deel 2 – Andrei Nikolayev

Hooggeëerd publiek…dames en heren…mesdames et messieurs…meine Damen und Herren.  Ik zit tussen mijn ouders op de houten banken rond de piste van het Russisch Staatscircus.  Ik kijk mijn ogen uit.  Ruik het zaagsel van de piste.  Hoor vanuit de orkestbak de mars van de gladiatoren opklinken.

Het circus…wat kon ik als kind genieten van die magische wereld. Ik droomde weg bij de romantiek van het nomadenbestaan…op avontuur van plek naar plek. Het circus,  waar de artiesten (en toen ook nog dieren) van over de hele wereld samen kwamen om te stralen in de schijnwerpers. Het circus dat was een plek die groter was dan de wereld…waar mensen onmenselijke dingen konden doen, zoals zich opvouwen in een koffer of driedubbele salto’s maken in de nok.

In de piste van het Russische Staatscircus drentelt een merkwaardige figuur.  Met een te groot blauw pak, een rode baret met een puntje erop en een dopneus. Andrei Nikolayev….clownsnaam Nikolayev.

Hij is de opvolger van de beroemde Oleg Popov (clownsnaam Popov) in het circus. Ik ben onder de indruk van de simpele spelletjes die hij speelt met het publiek. Hij is die avond de rode draad die alle huzarenstukjes van het circus met elkaar verbind….de entre-act!

Het is vreemd dat ik na al die jaren geen act meer kan terughalen van die avond maar dat ik me zijn houding, zijn gevoel voor timing en contact met het publiek feilloos weet te herinneren. Van zijn optreden heb ik alleen nog zwart-wit beelden terug kunnen vinden van een matige kwaliteit maar er is nog heel wat op te zien.

Terwijl de stalknechten de piste klaarmaken voor de act met de olifanten vermaakt Nikolayev het publiek met zijn hoedje. Ik herinner me het laten rondtollen van zijn hoedje in de lucht, zwiepend met een stokje….weergaloos. Het laat zien dat de clown niet alleen de meester is van de mislukking. Het is zeker zo mooi als de geboren underdog (de clown) achteloos een grandioze truc uit de mouw tovert.

En dit korte fragment, waarin hij als entre-act hulp zoekt bij het publiek, om die 5 tellen later verbouwereerd achter te laten midden in de piste…je moet maar durven.

En in de uithoeken van Youtube vond ik ook nog een Russisch interview met de inmiddels bejaarde clown.

https://www.youtube.com/watch?v=tifjgZO3khw&t=213s

En alhoewel ik er niks van kan verstaan vind ik het wonderschoon. Je ziet de oude Andrei Nikolayev in een lege piste.  Met een  milde glimlach denkt hij terug aan het nomadenbestaan…aan het avontuur dat zich elke avond ontrolde…aan de plek die groter was dan de wereld.  Aan het einde van het interview kleed hij zich nog 1 keer om en wordt Nikolayev…de mooie oude clown.

 

clownshelden deel 1 – Laurel and Hardy

Een vrijdagmiddag in 1976. Als mijn vader klaar is met zijn werk kijken we samen naar de Duitse tv. Op de ARD zijn er een half uur lang ‘plakfilms’ te zien…  ‘zwart-wit’ comedy uit de oude doos. In hoog tempo worden er zoveel mogelijk visuele en fysieke grappen gemaakt waar mijn vader en ik samen om lachen. Taarten in het gezicht. Uit elkaar vallende auto’s. Broeken die op de enkels worden getrokken. Geraffineerde onderbroekenlol van Harry Langdon, Ben Turpin, Harold Lloyd, Charlie Chaplin, Buster Keaton.

Laurel and Hardy maken de meeste indruk. Den Dikke en den Dunne (op zijn Brabants) zou mijn vader zeggen.  Jarenlang zijn Oliver Hardy en Stan Laurel een onafscheidelijk duo. De onderlinge verhoudingen zijn duidelijk. Dom en nog iets dommer (hoge en lage status) en tegelijk vrienden voor het leven. Overal en altijd herkenbaar door de bolhoeden en de vaste maniertjes van het duo

Viel ik als kind vooral voor het taartgevecht dat totaal uit de hand  loopt, nu vind ik nu de introductie naar het gevecht, waarbij Oliver (de Dikke) tot twee keer toe een banaan in de handen van Stan probeert te duwen,  een staaltje hogere clownstechniek.

De helderheid waarmee wordt verteld. Een verkoper komt uit een winkel gelopen en glijdt uit over een bananenschil. Het duo schrikt. Hardy kijkt naar zijn banaan en wil af van het bewijsmateriaal. HIj pakt met zijn vrije hand de hand van Stan en wil de banaan lozen. Achteloos stopt hij hem in zijn eigen hand terwijl de hand van Stan terugvalt. En daar is hij dan weer heel verbaasd over. ….probeer het gerust eens uit voor de spiegel… ik zal je zeggen, dat valt niet mee.

Ook in rustige scènes zit enorm veel kunde en vakmanschap. Kijk eens goed naar het ontspannen klaarmaken van deze lunch.

Stan (de Dunne) begint met koffie zetten, maar gooit terloops het water in de voorraadbus, die hij daarna leegt in de koffiepot. Hij verplaatst met het schoonmaken twee blikken waardoor Oliver (de Dikke) de voorraadbus openmaakt met de blikopener. Als Stan brood smeert dan bebotert hij het brood in plaats in plaats van het sneetje…en ondertussen loopt de spanning tussen het duo op in het pom-pomliedje. De nonchalance van de handelingen in combinatie met de oplopende ergernis. Dat is gewoon heel goed gespeeld en getimed.

De films van Laurel en Hardy zijn eindeloos studie materiaal voor de clown. Er zijn steeds nieuwe dingen te ontdekken. Daar had ik als kind geen weet van.  Toen genoot ik vooral van de ontuitputtelijke voorraad grappen en achtervolgingen…op de schoot van mijn vader.

Coach je clown

In deze compacte training voor spelers met clownservaring zoek ik samen met jou de diepte van het clownsvak. Een groep enthousiaste en gedreven spelers zal ik 6 avonden coachend terzijde staan en uitdagen om over de grens van het bekende te stappen. De focus ligt op het ‘zijn’ met het publiek…op de clown die onwetend is…op de clown die ongemakkelijk is…op de clown die onaangepast is.

Door middel van coaching vanaf de kant zal ik als ‘hoogste’ status in het spel ingrijpen en sturen waar nodig is.

De training wordt gegeven op de woensdagavond. De trainingsdata zijn 6 november, 13 november, 20 november, 27 november, 11 december, 18 december.  De avond start om 20.00 uur en duurt tot 22.15 uur. De training wordt gehouden in den Bosch (locatie volgt)  De kosten bedragen €150,-